Het KIT (Koninklijk Instituut voor de Tropen) werkt aan meer culturele sensitiviteit in de zorg. Over wat dat precies inhoudt spreekt Amsterdam – Divers & Inclusief met Eva van Ooijen, intercultureel trainer en medisch antropologe bij het KIT.

Het KIT heeft expertise over culturele sensitiviteit én over de zorg. Deze twee onderwerpen komen samen in een training ‘Cultuursensitieve Vaardigheden in de Zorg’. Hoe is deze training voor zorgpersoneel ontstaan?

KIT Intercultural Professionals (onderdeel van het KIT) doet niets anders dan oplossingen ontwikkelen om cultuurverschillen te overbruggen. Wij verzorgen al jarenlang de training ‘Understanding the Dutch’ voor expats die nieuw zijn in Nederland. De training bestaat uit interactieve sessies waar informatie wordt gegeven over verschillende aspecten van leven en werken in Nederland en waar ervaringen worden uitgewisseld. Voor veel expats bleek het Nederlandse gezondheidszorgsysteem een punt van onzekerheid. Ze weten niet waar ze voor bepaalde zorg terecht kunnen en krijgen niet de zorg die ze verwachten of willen. Dit kan leiden tot frustratie, zorgen over de eigen gezondheid maar ook tot weinig vertrouwen in de huisarts.

We concludeerden dat nieuwkomers betere uitleg moeten krijgen over ons zorgsysteem én dat zorgverleners de juiste handvatten moeten hebben om cultuursensitief te kunnen werken. We hebben toen de training ‘Cultuursensitief werken in de gezondheidzorg’ ontwikkeld. De gemeente Amsterdam heeft een deel van de ontwikkelkosten gefinancierd en een aantal (pilot)trainingen afgenomen. Op die manier konden meerdere huisartsen, doktersassistenten en praktijkondersteuners van verschillende praktijken in Amsterdam de training al in een vroeg stadium volgen. Eerst richtte de training zich op zorg verlenen aan expats, maar dit werd al in de pilotfase uitgebreid naar ‘internationals’ in bredere zin: alle patiënten met een migratie-achtergrond, zowel nieuw- als oudkomers.

Is er in de zorg een sterke business case voor diversiteit?

De patiëntenpopulatie is niet homogeen. Je kunt die diverse populatie niet negeren, onze samenleving ís nu eenmaal divers. Zorgverleners vinden soms dat, als er communicatieproblemen en cultuurverschillen zijn, ze niet díe zorgkwaliteit kunnen bieden die ze zouden willen. Het kost meer geld en tijd als je klachten niet goed kan begrijpen, patiënten blijven daardoor terugkomen, wat uiteindelijk leidt tot duurdere ingrepen. Bovendien is het frustrerend voor beide kanten wanneer iemand niet optimaal geholpen wordt. Als patiënt en zorgverlener elkaar begrijpen, leidt dat tot verkorting van de ligduur, minder heropnames, minder patiënten die te lang met hun klachten rondlopen en ga zo maar door. Onze superdiverse samenleving is een feit, dus het is ontzettend belangrijk om dat mee te nemen in de manier waarop we zorg bieden.

Wat kun je vertellen over de training?

Iedere cultuur heeft zijn eigen ideeën en praktijken. Het is belangrijk dat je als zorgverlener iets weet van de (culturele) achtergrond van de verschillende patiëntengroepen. Dit helpt om een relatie op te bouwen en connectie te maken. Het KIT is daarbij wel voorzichtig met do’s and dont’s, omdat deze kunnen leiden tot stereotypering. Iemand uit Syrië kan last hebben van traumaproblematiek door de oorlog, maar het hoéft niet zo te zijn. Een migrant met een Marokkaanse achtergrond kan, in lijn met zijn religieuze voorschriften, bepaalde wensen hebben over zijn laatste levensfase, maar dat hoéft niet.

Cultuursensitief werken betekent dat je rekening houdt met iemands achtergrond, je bewust bent van je eigen achtergrond en de invloed die dit heeft op hoe je dingen ziet en doet. Het betekent ook dat je over competenties beschikt om over je eigen vooroordelen heen te stappen en open-minded een gesprek aan kan gaan. Je moet zorgvuldig met iemands verwachtingen kunnen omgaan, ook al wijken die af van wat hier gangbaar is. Dan heb je in ieder geval een gezamenlijk startpunt.

Als zorgverlener ka je niet weten hoe de zorg in elk specifiek land werkt. En binnen elke cultuur zijn er ook weer veel verschillen (in opleidingsniveau, generatie, opgegroeid in stad of platteland, noem maar op). Waar wij daarom op sturen is het ontwikkelen van algemene culturele competenties. Daarbij kijk je in eerste instantie kritisch naar je eigen ideeën en opvattingen over de zorg. Al snel zal je merken dat je werkwijze sterk bepaald wordt door de Nederlandse zorgcultuur. We denken hier nogal snel dat we op een ‘normale’ manier omgaan met zorg. Maar onze zorgcultuur lijkt voor anderen weer vreemd. De training geeft aandacht aan hoe je meerdere perspectieven kunt zien, communicatieproblemen kunt voorkomen en culturele verschillen kunt overbruggen om tot de best mogelijke zorg te komen. Het opent de ogen van de deelnemers.

Wat is een voorbeeld van die Nederlandse zorgcultuur?

Wat je probleem ook is, je contacteert eerst de huisarts. Deze fungeert als een soort poortwachter. In andere landen ga je misschien meteen naar de specialist of naar het ziekenhuis. In Nederland ga je alleen naar de  Eerste Hulp als er sprake is van een spoedgeval. Maar wat is dan spoed, denkt een nieuwkomer. Een kind met koorts? Ook heeft de huisarts hier maar acht minuten tijd voor je om je probleem aan te horen en zo nodig een vervolgstap te zetten. Daarbij is niet veel tijd voor relatie-opbouw of om naar onderliggende problemen te kijken. In Nederland kom je ook vrij snel ter zake, maar in andere culturen is dat onbeleefd. In de training besteden we hieraan aandacht: de zorgverlener herkent het patroon en kan de patiënt helpen om de hulpvraag duidelijk te krijgen. Ook is het hier normaal en geruststellend als de dokter zegt: “Neem thuis maar twee paracetamol en bel ons als de koorts over drie dagen niet weg is.” In een andere cultuur schrijft de arts meteen medicijnen voor; logisch, als je bijvoorbeeld woont in een gebied met veel infectieziekten, zoals malaria. De patiënt kan in Nederland dan het idee krijgen dat de arts niet wil helpen. Dan hoor je vaak: ik word niet serieus genomen omdat ik buitenlander ben. Omdat niet duidelijk is waarom de gevraagde medicijnen niet worden voorgeschreven, wordt het zo ervaren. Ook hierbij geldt: waarom vertoont een patiënten bepaald gedrag? Heeft deze persoon voldoende (Nederlandse) taalvaardigheid om zich genuanceerd te verwoorden? Heeft deze patiënt misschien een familielid verloren aan malaria en is voor hem/haar 1 dag koorts wel degelijk een reden om in te grijpen? Probeer als zorgverlener open te staan voor verschillende scenario’s.

Wat zijn voorbeelden van gevolgen van een gebrek aan een cultuursensitief zorgsysteem?

Die zijn talloos. Gevolgen zijn bijvoorbeeld een langere ligduur in ziekenhuizen, meer bezoekjes aan de Spoedeisende hulp. Kinderen met een migratieachtergrond krijgen bijvoorbeeld minder snel de diagnose dyslexie of ADHD, omdat zorgverleners bij hen eerder denken dat er sprake is van een taalachterstand of dat het gewoon drukke kinderen zijn. Daardoor krijgen ze geen juiste begeleiding, wat weer gevolgen heeft voor hun toekomst en zelfvertrouwen.

Er zijn bijvoorbeeld ook meer Covid-sterfgevallen geconstateerd bij mensen met een migratieachtergrond en is gebleken dat deze mensen minder bereid zijn zich te laten vaccineren. Dit heeft wederom te maken met een laag vertrouwen in de zorg en door taalbarrières een slechter begrip van coronamaatregelen. Ook is er veel palliatieve zorg nodig voor oudere mensen met een migratieachtergrond. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de eerste generatie Turkse en Marokkaanse migranten, die nu op hoge leeftijd zijn, soms hun Nederlandse taal kwijtraken en terugvallen op hun moedertaal.  

Het zou ideaal zijn als het zorgpersoneel een afspiegeling is van de diverse Nederlandse samenleving. Dit helpt om taal- en cultuurproblemen te overbruggen. Ook is het fijn als voorlichtingsmateriaal in verschillende talen op verschillende plekken beschikbaar is. Gezondheidszorg is (gelukkig) een universeel recht. Als samenleving heb je de verantwoordelijkheid om er voor te zorgen dat goede zorg voor iedereen toegankelijk is.

De genoemde training is interessant voor iedereen die werkt met mensen van een andere culturele achtergrond, zoals huisartsen, praktijkondersteuners en verloskundigen. Zie ook het korte webinar Cultuursensitieve vaardigheden in de zorg, door Eva van Ooijen.



Automatic Translation »