Omslagfoto: Keti Koti Dialoogontbijt Muiderkerk

Jaarlijks op 1 juli viert een groot deel van onze Nederlandse bevolking Keti Koti. Deze Surinaamse feestdag ter viering van de afschaffing van slavernij betekent letterlijk ‘de ketenen gebroken’ in het Sranan, de tweede meest gesproken taal in Suriname.

Mercedes Zandwijken voor de Keti Koti rituelen kast

Ter gelegenheid van deze feestdag sprak Amsterdam – Divers & Inclusief met Mercedes Zandwijken, directeur en oprichter van de Stichting Keti Koti Dialoogtafel. Ruim negen jaar werkt ze met haar stichting aan het bevorderen van het gesprek over de gevolgen van ons Nederlandse slavernijverleden. Zo organiseert ze haar Keti Koti dialoogtafels door het hele land en inmiddels ook op de werkvloer binnen uiteenlopende organisaties. Met succes, want dit jaar werd ze onderscheiden met de Ridder in de Orde van Oranje-Nassau voor haar strijdbaarheid en bijzondere inzet voor de Nederlandse samenleving. Mercedes is blij met de erkenning maar had graag ook veel eerder een structurele ondersteuning ontvangen voor haar jaren van inzet. Die gaat er in de nabije toekomst misschien wel komen, nu het debat aanzwelt om van Keti Koti een nationale feestdag te maken.

Mercedes, hoe kwam je op het idee voor deze stichting?

Twintig jaar geleden leerde ik mijn man kennen tijdens een Joodse seider tafel, een tafel waarmee de joden herdenken dat ze 3000 jaar geleden tot slaaf zijn gemaakt. Joodse families reflecteren op hun (voor)geschiedenis met behulp van rituelen, symbolen en liederen. Tijdens het eten worden dialogische gesprekken gevoerd tussen verschillende generaties zodat jonge generaties vertrouwd raken met hun gedeelde geschiedenis én hoe ze in het heden omgaan met concepten als vrijheid en onvrijheid. Ik herinner me dat ik daar aan tafel wenste ik dat ik als kind op dezelfde manier met mijn geschiedenis vertrouwd was gemaakt. Als ik op diezelfde manier gesocialiseerd was geweest, had ik misschien niet zo’n last gehad van mijn eigen ‘colonial hangover’.

Wat bedoel je daarmee?

Het is de manifestatie van de erfenis van het slavernijverleden die nog doorleeft in onze hedendaagse gevoelens en ervaringen, zonder dat we daar bewust van zijn. Deze overblijfselen van denkbeelden uit de koloniale tijd die ons blijven achtervolgen behelst onder andere onze beelden over wat mooi en lelijk is, wie slim en knap is en wie mee mag doen met het nemen van besluiten. Gloria Wekker noemt dit ons ‘cultureel archief’, een symbolische archiefkast die in ons hoofd, lichaam en hart zit en waarin al onze ervaringen zijn opgeslagen. Ook die van 400 jaar slavernij- en koloniaalverleden.

Hoe manifesteren dergelijke ervaringen zich in je dagelijkse leven?

Als ik op de markt loop en een kroketje koop met een servetje eromheen en dit servetje valt, dan zal ik het uit automatisme vliegensvlug oprapen. In dat moment ervaar ik angst dat een omstander gelijk zegt “hey, hier in Nederland rapen we een servetje op als we dit op de grond laten vallen!” Dus ik anticipeer op vooroordelen van mensen door extra goed mijn burgerschap uit te voeren. Dit zorgt voor een enorm bewijsdrang en de bijkomende druk.
Ik geef me altijd 200 procent in alles wat ik doe, omdat ik mij extra moet bewijzen en dat brengt met zich mee dat ik harder werk dan goed voor mij is. De Keti Koti Tafel is o.a. zo succesvol omdat ik niet wens te worden afgerekend op welke vooroordelen dan ook.

Hoe draagt de Keti Koti tafel bij aan het bevorderen van dialoog over dergelijke vooroordelen?

De seider tafel inspireerde mij tot een vrijheidstafel ter viering van de afschaffing van slavernij. Ik wilde de sporen van de slavernij zichtbaar en bespreekbaar maken met zowel zwart als wit. En hier had ik twee leidende ideeën voor: het moet in de publieke ruimte en zwart en wit moeten tegenover elkaar plaats nemen om met elkaar een diepgaand gesprek te voeren over hun persoonlijke omgang met deze erfenis.

De tafel wordt geopend met een openingsritueel waarbij een koor liederen zingt die stammen uit de slavernij, de zogenaamde treurliederen en later vrijheidsliederen. Hierdoor wordt letterlijk meteen een andere toon gezet. Vervolgens smeert zwart bij wit en wit bij zwart om de beurt elkaars polsen in met kokosolie. Dit staat symbool voor de pijn uit het verleden dat door velen in het heden nog gevoeld wordt. Daarnaast kauwen we op een stukje bitterhout. Dit staat symbool voor de bittere smaak van het slavernijverleden. Die rituelen maken de weg vrij voor een open en oprechte uitwisseling.

Een bijzondere manier van herdenken, ook door het betrekken van het lichaam dat een belangrijk symbool is geweest voor tot slaafgemaakten. Zoiets kennen we niet tijdens de jaarlijkse Dodenherdenking op 4 mei…

Dit is een interessante opmerking. De dodenherdenking is inderdaad een naar binnen keren, het zoeken naar innerlijke stilte, met een roos of krans die je neerlegt. De dialoogtafel bracht iets anders teweeg: witte mensen kwamen na afloop naar ons toe en zeiden “ik heb vandaag iets gedeeld wat ik nog nooit tegen iemand heb gezegd”. En zwart geeft na afloop dikwijls te kennen: “het is zelden dat ik zo mijn verhaal mocht vertellen en op een manier waardoor ik het gevoel had dat ik echt gehoord werd”.

Dit komt door de structuur van de dialoog, waarbij we om beurt praten en luisteren met stiltes tussendoor om na te denken over de vraag en om na te denken over wat je het meest geraakt heeft in het verhaal van de ander en dit terug te geven. Hierdoor voelt de ander zich gehoord omdat die hoort wat zijn, haar/hen ervaring teweeg heeft gebracht bij de ander en zo ontstaat erkenning voor de ervaring wat weer tot compassie leid. Je verplaatst jezelf even in de schoenen van je gesprekspartner.

Is deze structuur belangrijk?

Ja, het viel mij op dat het niet vanzelfsprekend is dat mensen om de beurt praten en reageren op elkaars verhaal. Dat ging mij aan het hart omdat dit een van de sporen van het slavernijverleden is. Zwarte mensen zijn hierdoor enorm sensitief geworden in het aanvoelen wanneer je iets wel of niet kunt zeggen. Opnieuw uit angst om het verkeerd te doen. Vandaar dat we deze structuur hebben toegepast. Dat werkt goed.

Amsterdam – Divers en Inclusief merkt dat bedrijven op zoek zijn naar manieren om de dialoog, bijvoorbeeld over Black Lives Matter, aan te gaan. Kunnen bedrijven deze structuur ook toepassen?

Wij geven tegenwoordig ook workshops aan uiteenlopende organisaties. Gedurende de eerste drie bijeenkomsten richten we ons op het bewust maken van ieders persoonlijke thema in de omgang met het slavernijverleden. Dit leidt tot hele waardevolle conversaties tussen zwarte en witte medewerkers omdat beiden reflecteren op elkaars thema’s. Op basis van de eerste drie bijeenkomsten onderzoeken we het meest prangende thema voor de organisatie. Aan de hand van dit thema formuleren we gezamenlijk dialoogvragen waarbij we kijken naar het verleden, heden en de toekomst: ‘hoe ging je in het verleden om met dit onderwerp, hoe gebeurt dat vandaag en waar wil je naartoe?’ De workshop eindigt in een Keti Koti tafel die zij zelf organiseren voor hun eigen medewerkers.

Tot slot, wat gaat er gebeuren op donderdag 1 juli 2021?

We hebben op 1 juli een hybride tafel op de binnenplaats van het Amsterdam Museum met een select gezelschap. We bieden verder Keti Koti dialoogtassen aan. Als mensen die tassen besteld hebben, dan treffen ze hier benodigdheden in om thuis zelf een eigen Keti Koti tafel te dekken en hier iemand voor uit te nodigen. De ingrediënten zijn voor twee personen. Alles in die tas is aanwezig om bij ons aan tafel te zitten maar dan vanuit huis.
Op die manier kunnen wij toch met zijn duizenden tegelijk eten en in gesprek gaan. Inmiddels zijn er ruim 2000 tassen besteld. We hebben bestellingen voor tassen vanuit bibliotheken, gemeentes en van organisaties uit verschillende steden. Wij hopen en verwachten verder dat de gemeente Amsterdam dit jaar excuses maakt voor haar rol in het slavernijverleden. Het thema voor het evenement bij het Amsterdam Museum is dan ook om collectief na te denken over hoe wij persoonlijk omgaan met het maken en aanvaarden van excuses. Aan de hand van dit thema zullen we mensen op de binnenplaats van het Amsterdam Museum én thuis uitnodigen om hierover met elkaar in gesprek te gaan.

Automatic Translation »